do 05-02-2015

Reactie op berichtgeving rond belastingen op tv-rechten

Naar aanleiding van de berichtgeving in bepaalde media over belastingen op tv-rechten, wenst de club een en ander te nuanceren. In het geval van Waasland-Beveren gaat het noch over fiscale fraude, noch over belastingontduiking. Waarover gaat het dan wel?

W-B had zoals elke belastingplichtige het recht om aangaande de belasting op de ontvangen tv-gelden te kiezen voor het forfaitaire stelsel of om zijn werkelijke kosten te bewijzen. Aangezien W-B net zijn intrede had gemaakt in de Jupiler Pro League, konden we zeer gemakkelijk bewijzen dat de kosten de opbrengsten overstegen. In eerste klasse aantreden vergt immers zware investeringen die vooral in de eerste jaren na de promotie de opbrengsten fors overstijgen: het speelveld dient over een vloerverwarming te beschikken, er dienen meer professionele voetballers aangesloten te worden met een hogere loonlast dan spelers in tweede klasse, enz. Men kan niet aantreden in eerste klasse als met niet aan die voorwaarden voldoet. Elke club dient dus in feite te investeren in lonen en infrastructuur om recht te hebben op de  tv-gelden.

Het staat de belastingplichtige vrij om te kiezen voor de minst belastbare weg. W-B koos eroor om zijn werkelijke kosten te bewijzen. Aangezien er meer kosten dan opbrengsten waren, was er bijgevolg geen belasting te betalen. Er is dus geen sprake van ontwijken van belastingen of van een fiscale fraude. Naar aanleiding van de vraag van de BBI ten gevolge van een sectoronderzoek, géén individueel onderzoek, heeft de Raad van Bestuur van W-B afgewogen of we onze initiële keuze van werkelijke kosten zouden laten varen. De BBI heeft ons te kennen gegeven dat zij het systeem van de werkelijke kosten desnoods via de rechtbank zouden aanvechten. De club blijft achter zijn eerste keuze staan, maar aangezien de Raad van Bestuur geen lange procedure voor de rechtbank wilde afwachten, heeft ze gekozen voor een snelle en rechtszekere oplossing. De club heeft ingestemd om het systeem van werkelijke kosten te verlaten en de piste van forfaitaire belasting te aanvaarden.

Dat weegt voor zo’n € 53.000 op het budget van vorig boekjaar. Dat bedrag werd opgenomen in het vorige boekjaar zodat het geen weerslag zou hebben op het huidig boekjaar. Bijkomend dient gesteld te worden dat het gaat over de periode waarin onze club nog een vzw-structuur had, met name het seizoen 2012-2013. Reeds in het boekjaar 2013-2014 werd overgeschakeld op een cvba-structuur, waarin deze problematiek zich niet stelt. W-B betreurt dat de club in deze kwestie genoemd werd in de pers, daar waar het als pas gepromoveerde club de voorbije jaren net zeer zware financiële inspanningen moest doen en nog doet om mee te draaien in de Jupiler Pro League.